Primair onderwijs: staking terecht of ook een klaagcultuur?

onderwijs

Morgen staken de leerkrachten in het primair onderwijs. De kinderen gaan een uur later naar school. De leerkrachten vinden dat ze meer salaris zouden moeten krijgen en dat de werkdruk te hoog is.

Het verhaal van Cas

Ik liep groep 4 binnen. De leerkracht was vreselijk gestrest. Ze straalde één en al chaos uit. Plotseling draaide ze van me weg en riep als een tweede juffrouw Bulstronk tegen Cas: “Is het nou potverdomme afgelopen?” Ik keek naar Cas. Hij liep rood aan. De juf draaide zich terug naar mij en gaf aan gek van hem te worden: “Ik ben al de hele ochtend tegen hem aan het schreeuwen, omdat hij niet doet wat ik vraag.” Het eerste wat in me opkwam was dat dit geen normaal gedrag was voor deze jongen dus ik bekeek hem nog eens beter. Zijn onderlip begon hevig te trillen. Terwijl het stoom uit de oren van de leerkracht kwam liep ik naar Cas en knielde naast zijn tafel neer. “Gaat het met je?” vroeg ik. Cas barstte in tranen uit en vertelde wat er was gebeurd. Zijn oma was dat weekend overleden, maar hij had het niet durven zeggen. Ik troostte de jongen en droeg het met deze nieuwe informatie weer over aan de juf. Een ongemakkelijk moment. De maandag, die dag dat ik niet voor het eerst zag hoe mis het was in onze school.

Uitgebuit

Met gemengde gevoelens lees ik alle berichten over de staking zoals die op RTL nieuws. Met gemengde gevoelens, omdat ik lange tijd als onderwijsassistente uitgebuit werd op een basisschool en niet alleen de directie, maar ook de leerkracht zich daar niet om bekommerde. Zonder bevoegdheid en voor een salaris vrijwel gelijk aan die van de vakkenvuller bij de Albert Heijn, stond ik hele dagen zelfstandig les te geven. Ook voor langdurige vervangingen bij ziekte van de leerkracht. Zelfs de begeleiding van stagiaires nam ik op me. En wanneer er kinderen in een klas waren met speciale onderwijsbehoeften mocht ik de oplossingen bieden en moest ik me vereerd voelen dat ik de vrijheid kreeg daar zelf invulling aan te mogen geven. Ik ontwikkelde zelf registratiesystemen om de leerkrachten te informeren, maar het interesseerde ze nauwelijks. Ze waren enkele uren per week met 10 kinderen minder en dat was dat.

Maar als ik dan aan gaf dat ik een cursus tot praktijkopleider wilde volgen, was er geen geld voor. En zo kon het gebeuren dat ik, toen ik uiteindelijk de in het onderwijs befaamde burn-out opliep en onder de noemer ‘een onoverbrugbaar verschil in inzicht over de inhoud van het werk’ (schuilnaam voor arbeidsconflict) het onderwijs verliet, er bekaaid vanaf kwam met een CV waaraan nauwelijks iets toegevoegd was in 10 jaar tijd. Dat maakte ik bij mijn collega’s in de functie van leerkracht niet mee.

Beloning, werk en kennis

Wat docenten aandroegen aan scholing kregen ze, mits natuurlijk binnen de norm. Ze waren opgeleid voor de gehele basisschool maar stiekem gaf tijdens de pauze een groep 3 leerkracht dan wel toe dat ze haar niet in een hogere groep moesten zetten, want dan lukte het echt niet: ze had gefraudeerd op de Pabo met haar rekentoets en zou vanaf groep 6-7 dus geen rekenlessen kunnen verzorgen. Erger nog: zo’n biecht was geen uitzondering.

Toen een kleuterjuf van het eerste uur een belerende toon tegen mij aansloeg, nam de directeur mij apart en verzekerde mij, geheel uit eigen beweging, dat deze leerkracht amper meer kennis had dan ik. “Hoezo?” vroeg ik. De transitie van kleuterschool naar kleuteronderwijs als onderdeel van de basisschool stelde toch verplicht dat deze leerkrachten bijscholing kregen? Ook zij moeten toch breed inzetbaar zijn? “Bijscholing ja. Je bedoelt 3 woensdagmiddagen,” gaf de directie aan.

Ik lees dat sommige leerkrachten zich afvragen waarom een leerkracht op het voortgezet onderwijs meer zou moeten verdienen dan één in het primair onderwijs, want eerstgenoemde ‘geeft vaak maar één of twee vakken.’ Maar als ik kijk, puur naar de hoeveelheid werk zou ik denken dat iemand in groep 8 dan ook meer mag verdienen dan iemand in groep 3. Hoewel groep 3 een belangrijk, wellicht het belangrijkste jaar is voor een kind, maakt het qua tijd nogal uit of je 30 schriften nakijkt waarin een paar kruisjes staan, of dat je je door lange verslagen moet worstelen. Ja, natuurlijk ben je de rest van de tijd intensief met de kinderen bezig. Dat is je werk! Daar heb je toch voor gekozen?

Op de opleiding moest je alle activiteiten zelf bedenken inclusief de bijbehorende doelen. Eenmaal in de praktijk bleek het bijna kinderspel met de manier waarop lesmethodes opgezet waren. En met de komst van het digibord werd er nog meer uit handen van de leerkracht genomen.

Hoe groot is het leed?

In het ‘rokershok’ gingen we moeiteloos over van het ene naar het andere onderwerp, waarin elke verhouding tussen de onderwerpen onderling zoek was. Meester Bram en juf Cato (fictieve namen) zeurden onder het genot van een sigaretje over hun lage salaris en net wanneer je je dan begon in te leven in dat ellendige leven, schakelde ze over op de voorbereidingen op hun derde vakantietrip van dat jaar, dat supergave maar exclusieve concert wat ze gingen bezoeken en of het wel goed barbecue weer zou worden die middag. Dan gingen ze wat eerder weg.

Vergaderingen, ja die waren er wel veel. Meestal niet zozeer omdat er zoveel te vergaderen viel, maar vaker, omdat de voorzitter zijn rol niet erg serieus nam. Als je een uur lang met 45 volwassen (voor het grootste deel vrouwen) door elkaar heen praat kun je hetzelfde onderwerp de week erop inderdaad opnieuw op de agenda zetten… en weer opnieuw…. en weer opnieuw.

Mijn dochter was afgelopen week in de speeltuin met haar opa op een vrije dag. In de speeltuin waren ook enkele groepen van scholen aanwezig die op schoolreis waren. Opa en dochter gingen uiteindelijk naar huis, omdat kinderen onophoudelijk en na waarschuwen, doorgingen met zand in hun gezichten gooien. Op mijn vraag waar de leerkrachten waren gaf mijn vader het antwoord: “Die zaten op de bankjes en keken naar hun telefoon.” Een beeld wat ook ik herken.

En voor de onderwijsinspectie komt, nog even snel een vergadering. Alles wat niet op orde is moet nog even in twee weken in orde gemaakt worden. Al is het maar voor het oog. Een toneelspel waarvan ik me gelukkig afzijdig kon houden, omdat ik geen eindverantwoordelijke was voor één van de groepen. Maar iets wat altijd in mijn achterhoofd speelt als ik mensen hoor zeggen welk predicaat een school heeft gekregen.

Klagen is besmettelijk

Ik weet het. De toonzetting van mijn blog is weinig positief en zo voel ik het ergens ook. Ik mis het onderwerp ‘inzet van onderwijsassistenten’ in de discussie dit keer. Ik mis het onderwijs vanwege de kinderen en ja, vanwege de vakanties en de vrije dagen. Maar het onderwijs doet kinderen tekort. Extra salaris zal geen nieuwe docenten aantrekken als men maar blijft klagen. Ik heb voordat ik het onderwijs in ging op meerdere plekken in andere beroepsgroepen gewerkt en nog nooit zoveel onvrede en geklaag meegemaakt als in het primair onderwijs. De fusies tot grote scholengemeenschappen hebben het onderwijs naar mijn idee geen goed gedaan en spelen daar zeker een rol in en ik heb gezien hoe zaken op bestuursniveau meer dan mis gaan. Misschien kunnen we daar niets aan doen, maar wat we wel kunnen doen is eens met zijn allen wat meer enthousiasme uitstralen voor ons vak. Want ik ging altijd fluitend naar mijn werk zonder aan mijn schamele loontje te denken en nu schrijf ik dit artikel… Zonde toch? En zou ik nu die ene persoon die interesse had in het onderwijs geënthousiasmeerd hebben?

*Ik wil overigens uitdrukkelijk vermelden dat mijn blog gebaseerd is op mijn eigen ervaring en dingen die ik gehoord heb van collega’s en dat dit niet wil zeggen dat het er op alle scholen zo aan toe gaat!

Reageer